Gepubliceerd in Promotor

8 apr

In het maandblad Promotor is onlangs een artikel over de reis verschenen. Amir & Andrew, bedankt!

Lees verder

[VIDEO] Viajes en Film

1 apr

Geen full HD helmcamera maar met een VGA point-en-shooter, een tripod en ductape heb ik enkele kilometers in film kunnen vastleggen. Een impressie.

Niet verwacht

18 aug

Midden in de woestijn het bezinelampje zien oplichten – de meest verlaten weg in Patagonië inslaan – voelen dat op 5000 m hoogte je koppelingskabel breekt – zonder goede kaart niet precies weten waar en wanneer je aankomt – in een haarspeldbocht rechtdoor gaan omdat de lucht uit je voorband is gelopen – op een verlaten bouwplaats vast komen te zitten – beseffen dat na 36.000 km je motor misschien wel een keer een kik kan geven – je tent opzetten in de regen omdat de weg te modderig is geworden. Je wordt verrast door het onverwachte. Je moet afwijken van je plan omdat iets dringenders om aandacht vraagt. Het haalt je uit je comfortzone en je hebt het maar te accepteren. Je geduld en je vaardigheden worden op de proef gesteld. En vaak ben je volledig op jezelf aangewezen.

Natuurlijk weet je dat alles uiteindelijk weer goed komt, en zo is het ook. Toch voelt het steeds weer als een overwinning als je verder kan. Je bent een en al euforie, endorfine giert door je lijf. Het onverwachte maakt het avontuur. Je kunt een reis tot in de details plannen en alle risico naar een reisorganisatie schuiven. Maar dan blijft er weinig spanning over en verwachtingen vallen mee of tegen. Een solo motorreis kun je nog zo goed plannen, maar je weet dat het een avontuur zal worden. Zoals gisteren.

Mijn motor stond in Chili te koop, maar de meeste belangstelling kwam uit Buenos Aires. Onverwachts nog een stukje sturen dus. Over de 4800 m hoge Paso de Jama, de bergpas waar ik maanden geleden eerder Chili ben binnen gereden. Ik kon net op tijd mijn paspoort stempel halen in San Pedro de Atacama, 160 km voor de grens met Argentinië, het laatste stukje bewoonde wereld. Veertig jaar geleden liepen er nog geiten door het hutjesdorp. Nu betaal je gemakkelijk 100 dollar voor een hotel, hangt The North Face in de etalages en drink je Heineken bij je pizza.

’s Avonds ontmoette ik Claus, de omgekeerde vluchteling. Hij is acht maanden geleden geëmigreerd van Duitsland naar Paraguay. Zijn zaak werkte meer voor de belastingdienst dan voor hem zelf en hij had genoeg van alle stress. Nu bereidt hij zijn tocht naar Alaska voor, met zijn 200cc chinese brommer. “De bergpas is ingesneeuwd, maar ze hebben één rijstrook vrijgemaakt en om 05.30u vertrekt de convooi richting Argentinië. ’s Middags mag het verkeer enkel de andere kant op. Het wordt enorm koud en er ligt ijs op de weg” zei hij in een Duits-Engels-Spaanse zin. Om vijf uur die ochtend stond ik trillend van de kou uit te zoeken welke van de zeven laagjes kleding ik eerst aan zou trekken.

Een uurtje later reden we samen de berg op. In de verte zagen we een slinger rode lichten, we hadden de convooi gemist. Onder de meest specaculaire sterrenhemel die op het aardse waarneembaar is reed ik achter Claus’ pruttelende ééncilinder. Door de ijle lucht en het klimmen van de weg bleef hij steken op 60 km/h. Ondanks dat mijn gashendel meer draaiing zou toelaten, kon ik het wel waarderen. Meer tijd om van de omgeving te genieten. We reden richting het oosten waar de eerste tekenen van zonsopgang zichtbaar werden. De lichtblauwe strook aan de horizon tekende een vulkaan steeds scherper af terwijl iets hoger de hemel nog bedekt was met een miljoen sterren. Het zou nog zeker een uur duren voor de eerste zonnenstralen op ons zouden vallen.

Met iedere meter die we stegen werd de lucht kouder. Sinds ik mijn bed uit was gekomen heeft mijn lichaam de thermale-, wollen-, katoenen- en fleeze laagjes kleding nooit helemaal kunnen opwarmen. Door de extra centimeters isolatie kreeg ik mijn wintergevoerde motorjas amper dicht, maar echt zin leek het allemaal niet te hebben. Mijn handen waren gevoelloos geworden en ik kon amper mijn koppelings- en remhendel inknijpen. Even verderop zette Claus zijn motor langs de kant van de weg en begon de berg op te rennen. Ik keek er even naar maar rende later zelf ook op en neer, stijf als een astronaut in zijn spacepak. We moesten opwarmen. Achttien graden onder nul, snerpende wind en stilzitten gaat niet. We konden erom lachen, dit is avontuur, en de omgeving was fenomenaal. Maar we waren nog maar 40 km de berg op. Nog 120 km te gaan voor de grens, waar ze in het tankstation een kachel en goede koffie hebben, kon ik me nog herinneren. We stapten weer op en het duurde lang voordat de handvatverwarming een net-niet-vriesklimaat in mijn handschoenen had opgebouwd. We reden tussen drie meter hoge muren van sneeuw; de sneeuwschuiver heeft zich goed kunnen uitleven. De gele, gestreepte middenlijn druppelde tergend traag onder ons door, soms onderbroken door sneeuw of ijs. Claus was al een poosje uit mijn spiegels verdwenen en ik besloot terug te keren. Ineengekropen stond hij langs de weg, met zijn handen in zijn broek. “Mijn vingers… ze bevriezen bijna… als ik ze nu niet opwarm verlies ik ze… rij maar door, ik zie je boven wel in het tankstation.” Met mijn gezicht bedekt onder m’n windstopper en handen vastgeklampt aan de handvaten knikte ik en focuste ik me weer op mijn eigen strijd tegen de elementen. Kort daarna moest ook ik stoppen om een vinger in mijn mond te ontdooien.

Een half uur later zat ik nog steeds te trillen in het verwarmde tankstation. Daar kwam Claus aan. Zijn handen met handdoeken om zijn stuur gebonden. Brede glimlach op zijn gezicht. We hebben het gehaald! Het gevoel van overwinning, de adrenaline door je lijf, wetend dat het achter de rug is. Dat is avontuur. Het zijn die kilometers die je niet verwacht die je zoveel voldoening geven. Blij dat ik mijn motor niet in Chili verkocht heb. Anders lag ik nu te slapen in een bus onder een dekentje.

[foto update] Peru

22 jul

De reis is vaak mooier dan de bestemming

6 jul

Het regende al dagen. Hoger in de bergen sneeuwde het. Wolken vouwden zich als een blinddoek om de bergtoppen heen. Het zicht was slecht, op sommige plaatsen volgde ik slechts de kronkelende wegmarkering twintig meter voor me uit. Wat zou het fijn zijn als de Peruanen nu ook hun lichten hadden ontstoken. Net zoals mijn spiegels is mijn vizier beslagen. Wanneer ik mijn vizier open klaart het zicht, maar voel ik de ijskoude druppels op mijn gezicht. Mijn handen zijn koud en doorweekt, daar kan geen handvatverwarming meer tegenop stoken. Ik gebruik mijn handschoenen als ruitenwissers om het laagje sneeuw weg te vegen. Die hebben het Goretex label in ieder geval niet verdiend aan een test zo grondig als deze. Als een chirurg ga ik te werk, met neus en mond bedekt ben ik urenlang gefocust op wat voor me ligt. Ik kan me geen misstap permitteren, de bergwegen zonder vangrails bieden geen marge.

De derde dag verschijnt er een lichtblauwe strook net boven de horizon. Boven de Nazca woestijn, uitloper van de droogste woestijn ter wereld, de Atacama. Het Andes gebergte scheidt regenwoud en woestijn op slechts een paar kilometer. Het warme klimaat slaat gemoedelijk een deken om me heen. De zon is groot en staat laag en zal binnen een uur onder zijn. Ik begin aan de afdaling naar het 3000 meter lager gelegen stadje Nazca. Een nieuwe lap kurkdroog zwart asfalt kronkelt spectaculair door de bergen die langzaam overgaan in enorme duinen. Over een lengte van 50 kilometer komt alles aan bod: S-bochten, haarspeldbochten, rechte stukken. Steeds voor ik de bocht in duik zie ik op borden langs de weg wat ik kan verwachten. Ik hoor de co-piloot bijna zeggen “medium left into sharp right”. De reflecterende wit-gele wegmarkering slurp ik op als spaghetti. Niet door aan een stuur te draaien en uit m’n stoel te worden gedrukt, maar door een minimale beweging van m’n lichaam. M’n hoofd licht gedraaid, kijkend naar het einde van de bocht en, als op de skipiste, door de heupen gaan en beheerst het stalen stukje Duits vakmanschap neerleggen. Ik kom weer recht met een draai aan de gashendel, die wel erg responsief is geworden nu de lucht weer zuurstofrijk is en de weg daalt. Iedere drie kilo heeft zijn volledige paardenkracht weer ter beschikking. Het enige wat me tegenhoudt is de omgeving. De ondergaande zon schijnt steeds warmere kleuren en achter iedere bocht onthult zich weer een nieuw plaatje. Steeds moet ik weer stoppen om m’n camera te zoeken.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.